Natuurblog: de sprinkhaan

… over sprinkhanen, legboren en striduleren

Sinds een paar maanden geef ik basisworkshops in natuurfotografie. Dat is erg leuk om te doen en ik kom altijd enthousiast weer thuis. Tijdens mijn workshops blijft mijn camera meestal in mijn rugzak, omdat ik alle aandacht voor de deelnemers wil hebben en niet zelf in de verleiding wil komen om te gaan fotograferen. Dat is soms best lastig, zeker als mijn cursisten de ene na de andere mooie insecten-ontdekking doen… een knalgeel spinnetje bij de klaprozen, een prachtig rupsje of een mooie fotogenieke libelle. Gelukkig kan ik ook erg van de natuur genieten zónder camera in mijn hand.

Een enkele keer ga ik na afloop van de workshop zelf nog even aan de slag. Dat was begin juli het geval. Ik gaf een privé-workshop aan een heel leuk en enthousiast koppeltje en na veel moois gezien te hebben, werden we op weg naar de auto nog getrakteerd op een struik vól met sabelsprinkhanen. Ze kropen omhoog langs de takken en verscholen zich tussen de bloemen. Er was er zelfs één die zijn vleugels spreidde en wegvloog. Ik hoop dat hij niet opvloog, omdat hij van ons schrok, maar indrukwekkend was het wel. Wat zijn ze enórm als ze al vliegend voorbij komen!

Een uurtje later stond ik vol verwondering voor dezelfde struik. Nu zonder cursisten, maar mét mijn camera. Echt genieten! De zon stond ondertussen echter hoog aan de hemel en het licht was hard. Niet de beste omstandigheden voor mooie foto’s, maar ik kon ze zo wel goed bekijken. Die mooie ogen, de grote achterpoten en de enorme voelsprieten.

Er is veel interessants te vertellen over de (sabel-)sprinkhanen. Wist je dat sabelsprinkhanen hun naam te danken hebben aan de vrouwtjes? Die hebben een angelvormig uitsteeksel aan het achterlijf; de legboor. Het ziet er wat griezelig uit, maar ze kunnen hiermee niet steken! De vrouwtjes leggen er hun eitjes mee.

Eten of gegeten worden

Dat sabelsprinkhanen niet kunnen steken, betekent overigens niet dat ze ons geen pijn kunnen doen. Ze hebben stevige kaken en kunnen daarmee venijnig bijten. Met beleid hanteren dus! Die kaken hebben ze trouwens niet om ons te bijten, maar om hun prooien te verslinden. Het zijn echte jagers en ze zijn dol op vlees. Op hun menu staan voornamelijk andere insecten (ook kleinere sprinkhanen) en slakken. Ze vangen ze met hun voorpoten en met hun imposante kaken snijden ze hun prooi in stukjes. Geen genade voor hun slachtoffer, het is eten of gegeten worden. Zélf zijn ze regelmatig een lekker hapje voor vogels.

Muzikale mannetjes

De vrouwtjes zijn verantwoordelijk voor de naam, maar de mannetjes laten zich zeker ook gelden. Of eigenlijk moet ik zeggen… ze laten zich zeker ook horen! Van de middag tot diep in de avond tjirpen ze wat af! Met hun voorvleugels wrijven ze over elkaar (striduleren) en dit geluid kan tot wel 100 meter ver reiken. De vrouwtjes zitten op hun beurt heel stilletjes te wachten tot ze een interessant deuntje horen en komen dan aangekropen. Is er een match, dan zingen ze samen (het vrouwtje blijkt dan toch te kunnen tjirpen!) en wordt er gepaard. De eitjes worden vervolgens met de handige legboor afgezet in de grond of schorsspleten.

En als we het dan toch over het paargedrag van de sabelsprinkhaan hebben, kan ik het volgende saignante weetje echt niet achterhouden. Okee, het is een beetje genant, maar tegelijkertijd ook reuze-interessant! En dat ‘reuze’ mag je best letterlijk opvatten… Britse wetenschappers hebben namelijk onderzoek gedaan naar de grootte van de testikels van sprinkhanen. En wat blijkt… Sabelsprinkhanen hebben in verhouding de grootste testikels van alle dieren! Hun teelballen bedragen maar liefst 14% van hun lichaamsgewicht! Dat is echt enorm. En omdat ik dan toch bezig ben… het vorige record stond op naam van een fruitvliegje, waarbij de testikels 10,6% van zijn lichaamsgewicht wogen. Best indrukwekkend, die anatomie van insecten!

Natuurblog: sprinkhaan

Foto-tips

Het zoeken en vinden van (sabel-)sprinkhanen is nog een hele kunst. Als je weet hoe ze klinken, kun je op je gehoor afgaan, maar anders zijn ze ondanks hun imposante verschijning erg goed gecamoufleerd. Ga voorzichtig te werk, want ze zien jou ongetwijfeld eerder dan jij hen ziet! Ze gaan namelijk perfect op in het groen van gras en struiken. Gebruik dit in je voordeel. Benadruk bij het fotograferen eens deze prachtige camouflage en laat ze opgaan in het groen. Laat de witte ogen, de streep op de rug of hun lange voelsprieten afsteken tussen het groen.

En net als met het fotograferen van alle dieren; probeer zoveel mogelijk op ooghoogte te komen. Ga door de knieën. Zonder hierbij schaduwen over het insect te laten vallen of teveel windverplaatsingen te veroorzaken… Ze laten zich dan waarschijnlijk vallen of draaien van je weg.

Sabelsprinkhanen komen in heel Nederland en België voor, dus de kans dat je ze een keer ziet is groot! Hou je ogen open en volg je gehoor. De mannetjes blijven nog tot in de herfst actief en tot in oktober heb je nog de kans om ze te vinden!

Dit blog is ook gepubliceerd op de inspirerende website www.boeksz.com, waar ik tweewekelijks mag bloggen over mijn verwondering voor de natuur en fotografie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *